woensdag 25 november 2009

Het vergeten meisje deel 2

De gang was smal, donker en lang. Hier en daar kwam een straaltje licht tussen de kieren en gesterkt dat we elkaar gevonden hadden liepen we rustig door de lange gang.
Soms moest het kleine meisje, verzwakt als ze was even uitrusten voor we weer verder konden. Ik wachtte soms geduldig en dan weer ongeduldig tot ze weer wat bij gekomen was, want ik wilde heel graag zo snel mogelijk naar het licht.
Op een dag toen ik weer stevig de pas erin wilde zetten ging het kleine meisje demonstratief met haar armen over elkaar zitten en zei: 'je kan wel zo snel naar het licht willen maar zonder mij kun je dat niet bereiken en ik kan nou eenmaal niet zo hard lopen als jij'. Ik begreep dat ik nu ook rekening met dit meisje te houden had die al voldoende ellende had doorstaan en het laatste wat ik wilde was haar nog meer ellende bezorgen. Er zat niks anders op dan naast haar te gaan zitten. In het begin leken de minuten uren te duren, zo snel wilde ik alweer opstaan om door te gaan, maar op den duur zag ik in dat dit teveel van haar zou eisen en ik nam haar in mijn armen en wiegde haar in slaap. Beelden van mijn leven vlogen langs mij heen. Momenten dat ik over het kleine meisje heen gestapt was, haar de mond snoerde en in de kelder stopte. Eerst deed dat heel veel pijn, hoe had ik dit kunnen doen? Toen zag ik in dat ik ook toen al veel liefde voor haar voelde en haar zo probeerde te beschermen voor de grote boze buitenwereld. Ik had haar daarmee noodgedwongen alle ruimte ontnomen. Nu ik de grote boze buitenwereld eigenhandig getransformeerd had in een vriendelijke buitenwereld, was het tijd ook het kleine meisje haar zo verdiende plek in deze wereld te geven.
Toen ze de volgende dag wakker werd zag ik al wat meer kracht uit haar ogen stralen maar ook nog steeds een intens verdriet. We besloten samen langzaam verder te lopen en te stoppen als het niet meer ging. Onderwijl vroeg ik haar hoe de afgelopen jaren voor haar waren geweest. Eerst babbelde ze wat schuchter en vertelde dat het allemaal wel mee viel en het nou eenmaal zou gegaan was maar gaandeweg viel me op dat ze steeds feller werd en toen kwam eindelijk naar buiten dat ze zo boos was omdat ze in de steek gelaten was en zich vooral niet begrepen voelde. Stampvoetend van woede dat ze jarenlang aan de kant geschoven was en elke uiting bestraft was met een boze blik en nog meer eenzaamheid. Ik vertelde haar waar ik de vorige dag over na gedacht had, dat ik haar noodgedwongen ter bescherming in de kelder moest opsluiten en haar erop moest wijzen dat ze geen kik mocht geven en dat die beslissingen me door mijn hart gesneden hadden. Haar eerst zo boze blik maakte plaats voor tranen. Voor het eerst begreep ze dat ze wel degelijk gezien werd en dat hoe rot het ook voelde, ik er het beste van had proberen te maken. Maar stamelde ze, 'dan moet jij wel een hele krachtige, liefdevolle vrouw zijn, dat je me zo in bescherming hebt genomen in een wereld die zo ijskoud, vol angst en haat zit.' Haar begrip en mededogen voor mij raakte me tot in het diepste van mijn ziel. Ook ik was eenzaam geweest in al die jaren dat ik me probeerde staande te houden, mezelf steeds meer voegend naar de maatstaven van deze wereld. Ik was helemaal vervreemd van mezelf en haar omdat ik niet meer mijn eigen waarheid naleefde maar een die van mij verwacht werd. 'Eigenlijk zitten we in hetzelfde schuitje' riep het meisje uit en ik knikte bevestigend met ene brok in mijn keel, ontroerd door haar onvoorwaardelijke liefde voor mij. Een tijdje was het stil en toen tilde haar op schoot. 'Weet je lief meisje, nu wel elkaar weer gevonden hebben gaan we zorgen dat er ook plek is voor ons samen op deze wereld. Het maakt niet uit wat daar allemaal nog voor nodig is, hoe lang de weg nog is, maar voor minder gaan we het niet meer doen'. Ze keek me blij aan.
'Kom' sprak ik, laten we weer verder gaan. Ik stond op, tilde haar op en met haar in mijn armen wandelde ik verder. We keken elkaar dankbaar en vervuld van liefde aan, we hadden elkaar niet alleen teruggevonden, maar ook vergeven. We hadden nog een lange weg te gaan, maar samen stonden we sterk en onze nieuwe verbinding gaf ons de kracht om voorwaarts te gaan, door die lange, smalle en donkere gang waar het licht zo hier en daar op ons scheen en ons hielp herinneren dat aan het einde van elke donkere tunnel, licht te vinden is.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten