woensdag 25 november 2009

Het Lichtje dat in de Duisternis ontwaakte

Het Lichtje, dat niet beter wist dan dat was slechts haar naam, sjokte moedeloos door de duisternis.
Ze kende slechts de Duisternis.


Op een dag vroeg ze hem of er ook wat anders dan Duisternis bestond.
De Duisternis die heimelijk jaloers was op het Lichtje, omdat hij zijn beperking niet kon toegeven, kromp in elkaar en voelde zich pijnlijk diep getroffen in zijn gekwetste Ziel.
Jaar in jaar uit had hij het verschil met veel ijver weten te verbergen.
Maar er was nog iets, het Lichtje leek meer te stralen door haar vraag en dat boezemde hem nog meer angst in.
Boos greep hij bliksemflitsen her en der en smeet ze naar het Lichtje toe.
Tot zijn stomme verbazing vond het Lichtje dat leuk, ze ving de bliksemflitsen behendig op en bekeek ze stuk voor stuk aandachtig.
Ze leken op haar !
De Duisternis werd razend, zijn razernij omhulde al snel de gehele ruimte en zelfs de bliksemflitsen doofden, in de verstikkende Duisternis omhuld.
Het Lichtje was bibberend in elkaar gedoken, tot er nog maar een speldenknopje van licht was overgebleven.
Zij voelde zich schuldig, ze had de Duisternis helemaal niet boos willen maken.
Muisstil zat ze daar, en keek bang naar de Duisternis.
De Duisternis op zijn beurt kalmeerde langzaamaan toen hij merkte dat het Lichtje niet meer zo overheerste in zijn alles omvattende Duisternis die hij koesterde als zijn eigen kind.

Toch was er buiten het oog van de Duisternis iets veranderd.
Het Lichtje had voor het eerst in haar leven een sprankje hoop gevonden in een van de bliksemflitsen die ze zorgvuldig in haar herinnering bewaarde.
Langzaam ontwaakte in haar de gedachte dat er misschien meer bestond dan de Duisternis wist.
Ze sprak met de Duisternis en zei: "Ik wil op onderzoek uit, naar wie ik ben."
De Duisternis had weinig keus dan toegeven en zo vertrok ze met slechts een sprankje hoop als bagage.
Uren dwaalde ze door de Duisternis, opzoek naar een uitgang.
De Duisternis op zijn beurt kon haar makkelijk laten gaan dacht hij, want er is geen uitgang te zien in mijn Duisternis.
Hij had er echter niet op gerekend dat het Lichtje gevoel bij zich droeg.
In zijn ogen was ze niet normaal ontstaan, met dat licht in en om haar heen waarmee ze kennelijk vrolijk kon zijn over duistere zaken.
Het Lichtje was inmiddels bij de poort uitgekomen alhoewel ze absoluut niet zou kunnen na vertellen welke weg ze precies gevolgd had.
Iets in haar had haar wanneer ze moedeloos en huilend door haar knieën was gezakt van verdriet en machteloosheid, aangespoord haar sprankje hoop te herinneren weer op te staan en door te lopen.
Soms had ze het gevoel dat een onzichtbare hand haar leidde, een onzichtbaar gezicht haar bemoedigend toeknikte en ze voelde dat het einde van moedeloosheid nabij was.
De poort die in het schemer redelijk te onderscheiden was van de Duisternis, zag er indrukwekkend uit.
Ze bleef even staan kijken naar die enorme zwarte poort.
Ze draaide zich om en keek naar de Duisternis.
Die begon te beseffen dat het Lichtje hier nu genoeg kracht had om een eigen keuze te maken waardoor hij zich hevig begon te verzetten.
Ze vroeg aan de Duisternis: "Waar o lieve Duisternis, ben je zo bang voor?"
De Duisternis, sidderend van angst bulderde: "Ik heb je altijd kunnen beschermen maar daar waar je nu heengaat is een wereld waar ik je niet kan beschermen...je zult op jezelf aangewezen zijn."
Het Lichtje had medelijden met de Duisternis maar wist dat ze de poort door zou moeten om zichzelf te vinden en sprak moedig: "Wees niet bang, ik ben niet voorgoed weg".
Langzaam liep ze naar de poort, las door een nevelige mist de tekst: "Wees Welkom".
Ze draaide zich nog eenmaal om, voelde een hartverscheurende pijn toen ze de Duisternis ineen gekrompen, muisstil zag liggen, draaide aan de hendel en op dat moment zwaaide de poort open.
Het ging allemaal erg snel en het Lichtje wist van stomme verbazing niet waar ze kijken moest.
Miljoenen Lichtjes zoals zij, kwamen met grote stralen de Duisternis in gerold en omarmde hem vol liefde.
"He, hoe kan dat nou", stamelde ze stomverbaasd.
Tot haar verbazing gaf ze zelf het antwoord: "Jij lief klein dapper Lichtje hebt de Duisternis geholpen te genezen door hem met je kleine sprankje hoop, licht, heel veel licht te brengen."
Stralend ontdekte ze dat ze als kleine Lichtje nu een heel groot gezamelijk Licht was geworden met duizenden andere Lichtjes en de Duisternis was ook gaan stralen !!
Eén ogenblik keek de Duisternis haar weer in zijn oude vorm als Duisternis, met grote dankbaarheid, vol Liefde aan en toen voegde hij zich voor eeuwig samen met al het Licht.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten